1 mei 2011 - In het spoor van Van Gogh te Nuenen (NL)

Op 1 mei, wanneer Belgen het feest van de arbeid vieren en Nederlanders nog bekomen van Koninginnedag (op 30 april) trokken 13 enthousiaste +23’ers naar Nuenen (NL) bij Eindhoven op zoek naar het leven en werk van Vincent Van Gogh.
Eindhoven lijkt voor veel Vlamingen veraf, maar uiteindelijk is het maar iets meer dan een uur rijden vanuit Antwerpen.

Toen we toekwamen om half elf was er even paniek: uit de katholieke Heilige Clemenskerk kwam juist veel volk naar buiten. De viering was juist gedaan… en wij kwamen voor de viering van 11u. Stond er een fout op internet? Na een kort gesprek met een ouder sympathiek Nederlands koppel bleek gelukkig dat er om 11u inderdaad nog een viering was. Ze gaven ons bovendien de hint om in de pastorie eerst nog een kopje koffie te drinken. Van gastvrijheid gesproken! Bij de koffie konden we kennis maken met de parochiale medewerker die zou voorgaan in de viering, bij afwezigheid van een priester. Blijkbaar is er in Nederland al evenzeer een nood aan priesters als in België. Het werd een leuk gesprek over geloof en de verschilpunten in de katholieke kerk tussen Nederland en België.
In de viering werd de groep +23 dan ook speciaal welkom geheten. Het werd een viering met prachtige teksten rond het evangelie van de ongelovige Thomas. “Zalig zij die niet zien en toch geloofd hebben”. En ineens doet me dit denken aan het leven van Van Gogh. Ook hij werd in zijn leven niet gezien (niet erkend, hij verkocht amper 1 schilderij voor 400 oude Belgische frankskes) en kreeg pas erkenning na zijn dood. Zo kon hij voor de mensheid toch nog een stuk “verrijzen”.
Nederlandse katholieken hechten blijkbaar nog belang aan psalmen. Er werd 1 psalm gezongen en in het liederenboek stonden verschillende psalmen gedrukt, wat in Vlaanderen niet het geval is.

Met het mooie weer nuttigden we onze picknick op een terrasje van de plaatselijke Horeca. De zware jongens proefden de trappist van “La Trappe”, het enige trappistenbier in Nederland. De doetjes hielden het bij een koffie, chocomelk of frisdrank.

Daarna gingen we naar het nieuwe Van Gogh museum waar we een pakkende impressie kregen van Van Gogh tijdens zijn Nuense periode, waar hij verbleef van 1883 tot 1885. Via auditief en visueel materiaal werd heel goed de tijd van toen opgeroepen. Hoe hij na jarenlange omzwervingen in Londen, Parijs, Provence, Borinage, …terug kwam wonen bij zijn ouders op 30-jarige leeftijd. Zijn terugkeer naar zijn ouders was blijkbaar niet echt gewenst door zijn vader, zoals hij zelf schreef in een brief aan zijn broer Theo: “Ik voel mij als een grote hond, die met zijn vuile poten het huis van zijn meester binnengaat …” Hij had al verschillende mislukkingen achter de rug op professioneel vlak (predikant) en amoureus vlak en zijn vader zag hem eerder als een schandvlek in de familie.
Zijn kort verblijf in Nuenen was wel een zeer intensieve periode: In die korte tijd maakte hij honderden schilderijen en nog eens honderden tekeningen. Zeer pakkend was de film over het ontstaan van de “Aardappeleters”, één van zijn beroemdste schilderijen (althans pas beroemd na zijn dood). Van Gogh was gefascineerd door de boeren en de arbeiders uit de textielfabriek en bleef hun verhaal van armoede en geloof maar tekenen als echte impressionist. “Armoe troef !”, het thema van de Erfgoeddag die in Vlaanderen op dezelfde dag als onze uitstap werd gehouden, konden wij hier ook intens aanvoelen in het werk van Van Gogh.

Om te bekomen van dit alles en alvorens nog een gegidste wandeling te maken konden we ons te goed doen aan een heerlijk kopje koffie met een caloriebom (abrikozenvlaai met slagroom).

Een sympathieke gids leidde ons langs de belangrijkste plekjes in Nuenen die deden terugdenken aan Van Gogh (In het Nederlandse Brabant zijn er dan ook de meeste herinneringen te vinden over het leven van Van Gogh). De wandeling begon bij de oude lindeboom uit de 16e eeuw, die het centrum van Nuenen was, ten tijde van Van Gogh; het kleine protestants kerkje, waar zijn vader dominee was… of beter piepklein in vergelijking met de grote katholieke Clemenskerk. Ten tijde van Van Gogh waren er slechts 4 procent protestanten in Nuenen, maar zijn bezaten wel ong. 90% van de rijkdom …

Vervolgens zagen we de tuin en de pastorie waar Van Goghs ouders woonden en het aanpalend ateliertje waar hij al zijn “werken” uit die tijd maakte. Nune Ville is het aanpalend huis, waar het buurmeisje woonde dat frequent in de pastorie op bezoek kwam en die op Van Gogh verliefd was; maar uiteindelijk bijna zelfmoord pleegde omdat ze thuis zoveel tegenkantingen kreeg, vooral van haar 2 jaloerse zussen.

Zo zie je maar pijn en verdriet liepen als rode draad door zijn leven. Van Gogh heeft het trouwens maar enkele maanden uitgehouden bij zijn ouders, waarna hij onderdak kreeg in de pastorie van de katholieke Clemenskerk, een eindje verderop. Hij schilderde vooral portretten en betaalde 10 cent aan hen die kwamen poseren. Initieel had hij het naar zijn zin, want hier schreef hij naar zijn broer: “En het Brabant dat men gedroomd heeft, daar komt de werkelijkheid al heel dichtbij”.

Deze tekst staat ook onderaan het standbeeld van Van Gogh in Nuenen. Op den duur was de pastoor niet zo opgezet met zoveel volk over de vloer en betaalde zelf de personen 10 cent, als ze maar wegbleven.
Noodgedwongen moest Van Gogh verhuizen, omdat hij geen modellen meer had. Na zijn Nuense periode is Van Gogh naar Antwerpen vertrokken maar overleed in 1890 op amper 37 jaar, in armoede. Net zoals Mozart is hij pas na zijn dood beroemd geworden. De mensheid kan hard zijn voor zijn eigen voortbrengselen …

Als aandenken aan deze leuke dag werd ook nog een groepsfoto bij het standbeeld van Van Gogh genomen.

We eindigden de dag in een plaatselijke Brasserie waar we nog konden napraten over alles wat we gezien en beleefd hadden en wat ons getroffen had.
Iedereen keerde tevreden terug naar huis, met weeral een nieuwe ervaring rijker.

Dank je wel Jozef voor dit prachtig initiatief.

Paul Zeebroek